• Persoonlijk Advies
  • Natuurlijke producten
  • 240 jaar ervaring
  • Unieke en authentieke recepten
  • Persoonlijk Advies
  • Natuurlijke producten
  • 240 jaar ervaring
  • Unieke en authentieke recepten

Meetellen met Salamander

Het is misschien opgevallen dat er eind december geen kort verhaal van de drogist in de mailbox, nee zelfs niet in de spam box, te vinden was. De reden daarvoor is eenvoudiger dan je zou denken, geen ddos attack, niet gehackt en ook geen crash; slechts een beetje uitgeteld. Decemberdrukte en de jaarlijkse voorraadtelling waren hier debet aan. Het zogenaamde balansen is van belang voor het inzicht in de staat van de zaak en is ook een verplichting die de Belastingdienst aan bedrijven oplegt. Het resultaat van de telling komt op de activa-zijde van de balans en het is ook een behoorlijk actief klusje.

Elk jaar moet geteld worden wat je precies op de plank hebt staan. Stuk voor stuk gaat alles door je handen, lade voor lade, plank voor plank, wat staat er op de kast en wat er onder, ook de kelder telt mee. Schrik niet, een kleine 10.000 items. Toch ook een mooi moment om weer eens te zien te zien wat je allemaal in huis hebt en producten terug te vinden die je kwijt was. De winkel is misschien niet groot maar ons assortiment is dat wel, en bij de Salamander telt alles en iedereen mee.

De teldag is de enige dag waarop we niet open zijn om met mensen een praatje te maken en ze ergens mee te helpen. Dit is wat er dan wel gebeurt: We schuiven door de winkel van “huishoudelijk” naar “geuren”, “papierwaren”, “diagnostica”, “lab-glas”, “vitamines”, “allopathie”, “homeopathie”, “kruiden”, “wijnbrouwartikelen”, “pigmenten”, “kaarsen”, oei ik raak bijna in een stuip: 6 x 2.95,         11 x 24,50 …enz. enz. de hele dag door en wel vermelden of de BTW hoog of laag is! Tegenwoordig gaan de gegevens in een Excel tel programma, maar vroeger gebeurde het optellen met de hand, pen en heel veel papier en de rekenmachine. De telling was een marathon van meerdere dagen en de winkel was gewoon open, dus tellen, klanten helpen en nieuwe voorraad buiten de telling houden en al die stromen uit elkaar houden. Daarna bleef het daadwerkelijke optellen van de genoteerde bedragen soms nog geduldig liggen tot de maand mei. Deze keer was het de volgende dag gewoon klaar!!! Dan ben ik natuurlijk reuze benieuwd naar het totaal om het te vergelijken met de cijfers van andere jaren, grote verschillen kunnen duiden op fouten of veranderingen in de bedrijfseconomie…en dan lijkt het wel of alles op z’n plaats valt, geen onverklaarbare veranderingen…. Een heerlijk gevoel.

Een collega drogist vertelde me ooit dat bij hen zeer efficiënt werd geteld aan de hand van klaarliggende lijsten waarop alleen maar aantallen hoefden te worden ingevuld. Na op Oudejaarsdag de laatste klant een fijne jaarwisseling te hebben gewenst gingen ze aan de slag om tegen tienen aan de oliebollen te kunnen gaan, voor mij was deze snelheid onmogelijk maar dat leek me wel heerlijk overzichtelijk. Enfin met behulp van modern materiaal en geoefende krachten is het dit jaar in een hele (lange) dag gelukt. Een ander verschil met vroeger jaren was dat er dit jaar niemand bij de oudste nog als zodanig werkende Chemyst van Nederland kwam vragen om chemicaliën die gebruikt kunnen worden om zelf vuurwerk te maken. De ouwe jongens die dat toch lang niet konden laten lieten het nu afweten. Misschien verhuisd of toch wijzer geworden? De jonge gasten hebben geloof ik geen idee wat je met kaliumchloraat of salpeter kunt doen en knoeien liever met consumenten(!)vuurwerk…”Heb jij de verbandmiddelen al geteld?”

Ook eind januari gloort toch weer een hoopvol mooi jaar, straks staan de bollen weer in bloei, achter de Oude Jan kun je nog oliebollen kopen en straks is de wereld misschien toch wat passiever geworden en telt iedereen gewoon mee!


De Magische Kindertijd

Rob is lekker aan het genieten van zijn welverdiende vakantie, deze keer dus weer een gastschrijver. Het zijn hele grote schoenen om te vullen maar ik heb besloten om mijn eigen schoenen aan te houden, vullen hoeft niet. Toen ik hier vroeger met mijn ouders als kleine jongen al kwam, kreeg ik, nadat de boodschappen waren gedaan, de flesjes waren gevuld en alles was ingepakt een snoepje.

Niet zomaar een snoepje, dat was een heuse bosbessenpastille. Dat ding heeft mij altijd gefascineerd want ik wist dat als we naar de Salamander gingen dat ik dan weer de bosbes in handen zou krijgen. Iedere keer als ik er eentje eet doet hij mij denken aan vroeger, aan de tijd dat ik hem over de toonbank aangegeven kreeg van Rob, die toen van mijn leeftijd was, misschien net iets ouder. Mijn moeder vertelde me laatst nog dat er een keer een neusharenschaartje werd aangeschaft en dat Rob tegen mij zei: Nee, daar hoef jij allemaal nog lang niet aan te denken.

De tijd heeft mij ingehaald in meerdere opzichten want dergelijke zelfzorg is mij inmiddels niet vreemd en met grote regelmaat geef ik inmiddels bosbessenpastilles aan kinderen die bij ons in de winkel komen, met groot genoegen overigens want mijn hoop is dat ze net als ik, dat moment zullen herinneren en wie weet later ooit eens terug zullen denken aan de Salamander.


Tijdsbeeld jaren 20

Een dinsdagavond in maart, ik was net aan wat administratie begonnen, een sirene klinkt in het centrum van Delft, niet veel later nog een en nog een. Blauw licht is zwaaiend achter het Stadhuis zichtbaar en de neiging om even te gaan kijken is niet te onderdrukken. Op de Cameretten ontrolde de politie afzetlint om mensen op afstand te houden. Het zag er ernstig uit. Even later staat de hele Markt vol met brandweerwagens en ondersteunde diensten.

De dag erna was de brandlucht nog in wijde omtrek te ruiken en de schrik bij de mensen in de buurt groot. Gelukkig geen slachtoffers en ook de katten zijn gered. In de winkel kwamen veel mensen met verhalen en vragen over deze bijzondere plek in Delft. Hippolytusbuurt 1, het oude pand waar vroeger Vroom en Dreesmann gevestigd was en waar ik als kind voornamelijk geïnteresseerd was in autootjes.

Op de site van www.achterdegevelsvandelft.nl las ik dat vanaf 1904 personeel van V&D in een soort internaat boven de winkel woonde. Deze sterke band tussen werkgever en werknemer was in de jaren twintig niet meer vol te houden en de woonruimte boven de winkel werd aan anderen verhuurd. Het wonen boven de Salamander was kennelijk ook niet meer het meest handig en dus verhuisden mijn overgrootouders naar de Hippolytusbuurt.  Mijn Opa kon vanuit een zolderraam zien hoe in september 1921 het dak van de Oude Kerk in brand stond. Een bijzonder filmpje kun je vinden op Beeld en Geluid (zie link onder dit artikel).

In het archief van de Salamander bewaren we een brief waarin een mooi tijdsbeeld wordt geschetst van die plek zo rond 1922. De Delftse schilder Cor van Oel, een vriend van mijn Opa, haalde in 1978 herinneringen op aan een zomerse avond. Hij begint hoe hij als oude man naar bed gaat, alles uiterst langzaam:

 “Sloffen uit en dan zonder veel drukte in het bed komen. Enfin, er brand dan een gulden-groot zacht groenig maanlicht lampje dat grote schaduwen geeft en de erge donkerte wegneemt. Welterusten… en zo lig ik dan in mijn bedje, als een plantje onder de sneeuw en ga dan de beelden afwachten die met gesloten ogen gaan verschijnen, want ik wil een hele tijd, zo’n 50 jaar teruggaan. Ik zie dan de Hypolitus buurt, een ouderlijk huis van Wim (mijn Opa), het bovenhuis destijds de hoek van het Vroom en Dreesman pand. Wim zijn kamer; hij staat zich te scheren. Buiten een vroege zomeravond, en een van de twee ramen staat open. Wim’s zuster Anna hoor ik op de piano spelen, heel de hitparade van dien tijd, melodieën uit de Duitsche film, en m’n vriend Wim zingt die luidkeels, ook in het Engels mee. Er hangt een grote affiche van de Harley Davidson motor aan de muur en wij steken weer een nieuwe Abdulla (?) sigaret op. Ma Vlugt komt binnen, altijd met haar bruine bijna bevelende ogen. Zij wil niet dat wij uit het open raam leunen. Maar het is Willems raam ... en wij hangen wel uit het raam, omdat aan de overkant de moffen-straatmuzikanten gezellig hun pittige klanken van koper en klarinet laten horen. Groene jasjes en uniformpetjes en stokken standaards voor de noten muziek. De Delftsche jongedames passeren onder ons. Wim heeft zijn lof of afkeuring, en die heb ik ook, maar het meeste in onze jaren van toen is natuurlijk de lof!”

Cor van Oel maakte in de jaren 50 maakte het schilderij van de twee mooiste gevels van de Markt, geen toeval… Markt 47 en 45.

Weer terug naar het heden; een belangrijk product in het assortiment van de Salamander is het brandvertragend impregneermiddel waar Delftse studenten en andere organisatoren van grote en leuk versierde feesten gelukkig goed gebruik van maken. Het recept is afkomstig van “The American Hotel Association” brandbeveiliging werd destijds verplicht toen er op hotelkamers (en in bed) nog gerookt werd.


Meidagen en de Salamander

Ze komen elk jaar weer voorbij. 1922 was de warmste 1 mei ooit gemeten met 32,8 graden, op 10 mei 1940 mat De Bilt 19,4 graden en op 5 mei 1945 was het regenachtig en 12,4 graden. De bloesembomen staan tegenwoordig eerder in bloei dan toen. Als ik nu op weg naar het groen bij Klein-Delfgauw richting de Noord-Polder wandel kom ik langs het huis van Nicolien en Bert, het heet “de Wisselvalligheid”. Nicolien heeft de gewoonte van moeder Lugtigheid overgenomen om altijd te zwaaien als je langsloopt, een blij moment. Zo veranderlijk als het weer zijn ook de wederwaardigheden in de wereld.

Omdat het nu tachtig jaar geleden is dat er een eind kwam aan vijf jaar oorlog en bezetting is het goed om nog een keer aandacht te besteden aan hoe een drogist en zijn familie die jaren heeft beleefd. Samen met andere winkeliers, o.a. Trompper en Brehm was mijn Opa betrokken bij de luchtverdediging, ze moesten vanaf het torentje van het gebouw voor geodesie van de TH, de coördinaten doorgeven van overvliegende vijandige vliegtuigen aan het afweergeschut. Na de strijd kon je de neergeschoten toestellen zien liggen bij de Rotterdamse weg. Een neef sneuvelde op de Grebbeberg

Na de capitulatie ontspon zich de glijdende schaal waarbij wat normaal was veranderde, als je geluk had kon je er het beste van maken. Mijn Opa had geluk, als drogist was hij essentieel voor de samenleving en hoefde hij niet voor Arbeitseinsatz naar Duitsland. Winkelgoederen werden schaarser en de geldeconomie veranderde, ruilhandel werd belangrijker. De goede band met boeren in de omgeving was een zegen. Mijn vader was 14 toen de oorlog begon, in de zomer van 1942 moest hij meehelpen met de bouw van kustverdedigingingswerken, de Atlantikwall. Hij kreeg een draai om z’n oren toen een Duitser hem slapend in een duinpan aantrof; “der lummel der im Stroh geschlafen hat”. Op een later moment was mijn vader gesnapt met door de geallieerden uitgeworpen pamfletten, zeer strafbaar. Mijn Opa werd door buren gewaarschuwd en gaf met een gespeelde actie wederom een draai om z’n oren zeggende dat hij hem zelf wel mores zou leren. Opa sprak goed Duits. In 1944 werd mijn vader 18 en zou dus tewerkgesteld moeten worden in Duitsland. Bij een huiszoeking aan de Tweemolentjes Kade kon hij zich nog verstoppen in de kruipruimte, terwijl mijn Oma tegen de binnengetreden militair zei: ”zet U het karabijn maar in de hoek”. Het was gelukkig een man die weinig ernst maakte van de doorzoeking. Later was mijn vader wat serieuzer ondergedoken op de zolder van de Gasthuis Apotheek. Kennelijk kon hij wel nog af en toe naar huis want het verhaal gaat dat hij op een avond naar het onderduikadres terugfietste en pardoes in het water van de Brabantse Turfmarkt belandde, vanwege de verduistering was het aardedonker zo vlak voor de avondklok/spertijd.

Na de bevrijding vonden mijn vader en zijn vrienden het een eer en spannend om zich aan te melden voor het leger want Nederlands-Indië was nog bezet. Eenmaal getekend was er geen weg meer terug: een militaire opleiding volgde in Engeland en daar ontmoette hij mijn moeder, zij was ook in het leger gegaan… er was werk dat gedaan moest worden en je was het huis uit. In Londen speelden de dansorkesten, ze werden verliefd…


Inpakken bij de Salamander

Zakjes, potjes, flesjes, doosjes en blikjes. 

De eerste door mij verrichte “kinderarbeid”, ik was misschien tien jaar, betrof het draaien van dopjes op flesjes. Mijn moeder had me naar de winkel gestuurd om de snoeptrommel weer te vullen met gomballen, menthos-ballen en overige dropjes en had me gezegd “vraag maar aan pappa of je hem kan helpen.” Mijn vader, druk in de weer met klanten, kon zo gauw niets ander bedenken dan het doppen draaien. Nog altijd is het voordeliger om flesjes zonder dop in te kopen dan de gedopte versie. Vergis je niet, het assortiment flesjes en potjes is behoorlijk omvangrijk; druppelflesjes in vier verschillende inhoudsmaten en medicijnflessen in zeven en daarbij nog de onvermoede rijkdom aan dopjes zoals druppeldoppen pipetten en kinderveilige doppen, first use verzegelde doppen en anti-lekringen.

Daar zat ik dan, onderaan de trap die ik sinds 1989 dagelijks vele malen op en neer ren terwijl ik af en toe “au mijn knieën” roep, geduldig dopjes op flesjes te draaien. Letterlijk vanaf de onderste tree van de carrière ladder begonnen in het vak dat ik vele jaren later zou gaan uitoefenen.  De tweede les werd het dichtvouwen van zakjes. Een puntzakje met drop wordt anders dichtgevouwen dan een rechthoekige blokzak. Goed afgewogen en niet te vol dan lukt het prima, toen mijn oudere nichtje mocht helpen bij Opa ging het met het uitvullen van zakjes talk toch niet helemaal goed en kwam alles onder het fijne witte poeder toen ze in frustratie de schep in de emmer teruggooide; geen geduld om het te leren was de conclusie.

Poeders vouwen was in het oude drogisten vak ook een klus van betekenis; in vijf bewegingen dient het perkamentpapiertje zodanig in elkaar gevouwen te worden dat de inhoud niet vroegtijdig de verpakking verlaat. In alle gevallen werd het gebruik van plakband gezien als een zwaktebod.  Als je de volgende keer in de winkel bent geef ik graag een demonstratie. Ergens in de jaren dertig kwam er toch een kentering in het aantal af te leveren gevouwen poeders en nog altijd hebben we een behoorlijke hoeveelheid doosjes waarin de gevouwen poeders meegegeven werden, het telefoonnummer bestond nog maar uit drie cijfers. Hetzelfde doet zich voor met de gegomde voor- gedrukte etiketten voor de uit te vullen vloeistoffen. Goulardwater, Rozenazijn, Burow water, Eau des Carmes en zo door tot accu zuur en vitriool. De klant wist wat ‘ie nodig had en kwam met ‘t flesje terug om weer te laten vullen.

Met het strenger worden van de eisen met betrekking tot de opschriften op de verpakking raakten de oude etiketten in onbruik: vuurgevaarlijk, giftig, vermijd overmatig inademen werden als waarschuwing te beperkt, gekleurde symbolen waren duidelijker.

Zo raakte in de jaren zestig ook het kurkje als afsluiting van de flesjes in onbruik. Mijn vader schreef in 1967 aan zijn vader, die toen in Spanje overwinterde, dat de kurkenleverancier graag contant betaald wilde worden, want de zaken gingen moeilijk. Veiligheid, duidelijkheid en efficiëntie veroorzaakten bij de oude drogisterijen van Nederland dat het hergebruik van verpakkingen in onbruik raakte. Geen petroleum meer in oude wijnflessen, geen politoer in een Stella Artois flesje en zeker geen Caustic Soda meer in de glazen sapflessen van Cafe Royal aan de Voldersgracht. Een ander klusje waar ik als kind mee geconfronteerd werd was het flessenspoelen. In het pakhuis aan de Koornmarkt was een enorme zinken wasbak, die altijd gevuld was met water, zeep en flessen die daar lagen te weken. De bedoeling was om ze als laatste onder het stromende water na te spoelen en ondersteboven in een plank met gaten uit te laten druipen. IJskoude handen kreeg je daarvan en er was natuurlijk ook geen verwarming in het pakhuis.

Later kwam ik erachter dat de uitdruipplank het voormalige gevelbord was, een dikke eikenhouten plank waar DROGERIJEN EN VERFWAREN  op had gestaan, over hergebruik gesproken. Het leuke is dat de Salamander nog steeds flesjes en potjes vele malen kan hervullen met Rozenwater, Eau de Cologne, Amandelolie, Waterstofperoxide enz enz.

 


De Salamander en de Vertegenwoordigers.

Met je tijd meegaan wil niet zeggen dat je het goede van vroeger loslaat. Zo gebruik ik nog altijd de Rolodex die ik ooit voor mijn verjaardag kreeg, een ronddraaiend apparaat waar je systeemkaartjes op alfabetische volgorde in opbergt, in mijn geval de adreskaartjes van vertegenwoordigers.  Bij sommige bedrijven vind ik wel zes kaartjes van opeenvolgende “rayonmanagers” achterelkaar, bij een enkele komt al vele jaren dezelfde “accountmanager”. Zo’n man of vrouw is het gezicht van het bedrijf waar we zaken mee doen en heeft de taak om de winkelier te overtuigen van het nut van het nieuwe product en de reeds bestaande merken te blijven ondersteunen met behulp van aanbiedingen.

Vroeger (daar gaan we weer) waren er heel veel “verkoop adviseurs” en waren er speciale offerte dagen waarop zij mochten komen, soms moesten ze op de stoep op hun beurt wachten. Bekende gezichten, Klaas van de Dagra met z’n grote snor had een Mercedes bij zijn baas bedongen.

Dennis, destijds bij Nicholas-Mepros, met de vertrouwde aanbiedingen van de Aspro’s en Finimal (door mijn vriendin Dennis de Cityhopper genoemd). Meneer Van der Wurf immer keurig in serieuze regenjas, meneer Ubben ook in Mercedes maar met Natrena reclame, Stokrom keurig gekapt, rijden… “je vader kocht altijd wel een gros citronel flesjes”, soms moest je enorm uitkijken dat je niet meeging in hun wervende tactieken, het instrument van de voorraaddwang lag op de loer. Pa had me gewaarschuwd voor de man van de Redoxon en liet me ook rustig ‘s avonds bellen om de afgesproken order terug te draaien. Voordat veel online gebeurde, belde je trouwens vaak in de avond om bestellingen door te geven. Overdag langs de weg (soms wel 2300 KM per week), zoeken naar een parkeerplaats, op je beurt wachten, het verkoopgesprek continue onderbreken als er weer een klant komt, soms koffie krijgen en wel of niet naar de WC kunnen. De “Pharmaceutical account promotor” maakt het allemaal mee op een gewone werkdag.

Vaak genoeg was er wel tijd voor het gesprek en dan hoorde je van Willem dat ‘ie beboet was voor wildplassen, maar het had laten voorkomen en het hem toch vergeven werd, of XXXXX die verlopen geneesmiddelen bij het vuil had gezet en dus verdacht werd van het dumpen van chemisch afval. Voor mij is de beste vertegenwoordiger nog altijd degene die je van je winkeldochters afhelpt!  Het kwam ook voor dat “buitendienst medewerker” de sleutel van het pakhuis meekreeg om de voorraad van een bepaald product op te nemen, jaren later hoorde ik nog hoezeer dat gewaardeerd werd. Soms komt een vertegenwoordiger samen met de “managing director” die dan eens een kijkje komt nemen in de praktijk. Dit zijn vaak mensen met een hogere economische opleiding en het bijbehorende ambitieniveau.

Genoemde personen worden wel vergeleken met de spreekwoordelijke kopmeeuw; ze komen aanvliegen, schijten de boel onder en vliegen weer door naar de volgende functie. Van Roel hoorde ik hoe hij zozeer werd dwarsgezeten dat hij de man uit de auto zette en verder zijn eigen weg liet vervolgen.


De witte jassen van de Salamander

Ooit zei een vriend met een levendige fantasie en misschien een beetje benevelde blik na een avondje bijpraten, terwijl hij de trap afliep: “Het zijn net spookjes”.

Noem ze stofjas, labjas, of het uniform dat vertrouwen schenkt, wij Salamanders noemen ze de witte jas. Op straat word ik wel eens indringend aangekeken, waarna men zegt: “O, ik herkende u niet zonder witte jas”. Ik heb ook meegemaakt dat een vijftienjarige zaterdaghulp met opgerolde mouwen van de iets te grote witte jas op haar eerste dag een oudere dame hielp, die direct zei: “Ja ik vraag het maar aan u, want jullie weten nogal veel”.

Er zijn niet veel drogisterijen meer, waar de witte jas nog in ere wordt gehouden. Woortman in Utrecht, sinds 1851, droeg er één met korte mouwen, zo een die je in Spaanse farmacias ziet en bij artsen in warmgestookte ziekenhuizen. In April van dit jaar ging Hans ´Woortman´ op 87-jarige leeftijd met pensioen. Zijn Utrechtse collega ´Slamat´, die 80 is, gaat nog even door, nog altijd in smetteloze witte jas. Bij van der Pigge in Haarlem dragen ze de grijze stofjas, dat is hún traditie. Het oude drogisten vak was altijd wel knoeien, morsen en afvegen. Mijn opa vertelde dat hij voor zijn vak examen een zalf moest wrijven; een klodder van de gele zwavelzalf belandde wegens energiek wrijven per ongeluk vanuit de mortier op de broek van de surveillerende examinator. De examinator, die zijn jas open droeg en zijn handen onder de jas op zijn rug hield, had niets in de gaten. Toen hij even later zijn armen over elkaar deed, verdween de klodder uit het zicht. De vuile jassen gingen altijd in de kookwas met een handje borax voor de vlekken en een mespuntje blauwsel voor het hagelwitte aspect. Daarna volgde nog het stijfsel bad waardoor de jas een strak uiterlijk kreeg en meer beschermd was tegen vlekken. Strijken dan voordat het wasgoed helemaal droog was, als je dan een schone jas aantrok waren de mouwen als het ware aan elkaar geplakt.

Ooit was er in Delft een winkel met de passende naam “De Werkman” (later Versteegh), daar kocht men slagersjassen, de bakkersjasjes, stofjassen voor de magazijnmedewerkers, alsmede voorschoten, koksmutsen en werkoveralls. Functionele kleding maakte plaats voor spijkerbroeken. Op de trap van de Salamander naar boven hangen de oude jassen, goed gebruikt en hier en daar gehavend. Gaten waar spetters zuur op de jas terecht zijn gekomen, scheuren waar ik aan een spijker ben blijven hangen. Online een nieuwe kopen is zeg maar niet helemaal mijn ding.

De mooiste witte jas is voor mij van katoen, stevig, een ruime lengte tot onder de knie, brede revers (chic) of met de opstaande “officierskraag” (streng) en natuurlijk genoeg zakken om dingen in kwijt te raken. Je ziet dat soort modellen nog wel ziet in televisie series met (dieren)artsen uit de jaren dertig. Dat past perfect bij de Salamander.


Zuren en Ontzuren bij de Salamander.

Een markante Delvenaar, Otto L.C., maakt mij af en toe een compliment over mijn vader; hoe bijzonder het is dat een man die met de verschrikkelijkste zuren werkte toch zo vriendelijk en goed gemutst kon blijven. Inderdaad was mijn vader altijd geïnteresseerd en behulpzaam, maar als je er zo’n vijftig jaar op hebt zitten treedt er onvermijdelijk enige slijtage op zodat er over een opvolger gezegd kan worden: “hij is aardiger dan z’n vader” Daar moet ik dan wel bij vermelden dat ik het inmiddels ongeveer veertig jaar doe, dus zal ook ik wel eens wat korzelig kunnen doen.

Als oudste chemyst van Nederland leveren wij nog altijd vele zuren voor vele toepassingen. De kunstenaar gebruikt salpeterzuur voor het maken van etsen op dezelfde manier zoals Rembrandt dat deed, een emailleur kan er de prachtigste sieraden mee maken, maar omdat je met het sterke zuur ook explosieven kunt maken moet je je tegenwoordig legitimeren en de toepassing verklaren om het te kunnen kopen. Een ambitieuze jongeman was ooit van plan om de gouden randjes op porseleinen kopjes terug te winnen met Koningswater, een mengsel van zoutzuur en salpeterzuur, don’t try this at home heb ik geadviseerd. Toen er nog een sauna gevestigd was aan de Spoorsingel werd de overmaat aan kalkaanslag met zoutzuur 33% verwijderd. Ik moest dan vanuit een grote jerrycan flessen van een liter vullen. Behoorlijk lastig klusje want zodra de dop van can af was begon de damp er al uit te komen. Waar komt de wind vandaan en dan uit de wind blijven, het gebeurde wel dat je op enige afstand al passanten hoorde hoesten en de sauna meneer zei ook dat ‘ie snel van z’n verkoudheid af was’. Als je thuis wilt ontkalken adviseer ik citroenzuur, fijner dan azijn want het ruikt totaal niet scherp. Een flinke eetlepel met water in je waterkoker, daarna in het koffiezetapparaat om vervolgens de kranen en de douchekop ook weer als nieuw te toveren. In de lente maak je met citroenzuur heel wat anders…… vlierbloesem limonade.

Minder bekend is Fosforzuur, klinkt misschien gevaarlijk maar dit noemen we een zwak zuur en is ideaal om ijzer te ontroesten. Zwavelzuur is daarentegen een sterk zuur waar je verstandig mee om moet gaan om ongelukken te voorkomen. W.F Hermans bundelde zijn scherpe kritiek niet voor niets onder de titel “Mandarijnen op zwavelzuur”. In onze maag komt ook een zuur voor, niet schrikken, het is zoutzuur en dat is nodig voor de spijsvertering. Als je te veel of te vet eet kan het zuur opborrelen tot achter in je keel. De natuurlijke remedie daarvoor is pure drop, het zoethoutextract zonder suiker dat je onrustige maag weer kalmeert.

Een mens kan ook verzuren, maar een verzuurde oude drogist ben ik nog niet tegengekomen, onze Utrechtse collega Woortman stopte dit jaar pas op z’n 87 ste. Gelukkig kunnen zuren en verzuring altijd geneutraliseerd worden. Als je zoutzuur morst, gooi er dan geen water op maar krijt. Als je baking soda (zuiveringszout-natrium bicarbonaat) bij citroenzuur mengt in water krijg je een bruisend effect en zo werkt ook het ontzuren in ons lichaam. Verzuring in het lichaam veroorzaakt een ophoping van urinezuur kristallen in de gewrichten ook gal,- en nierstenen ontstaan door verzuring en dat kan je humeur aardig laten verzuren en je plezier in het leven vergallen. Het tegenovergestelde van een zuur is een base en daarmee kun je in het lichaam verzuring neutraliseren. Ontzurende kruidenthee kan de dagelijkse dosis verzuring uit voeding, door beweging en stress verminderen. Basische druppels voeren de aanwezige zuren af die voor jicht en spierklachten zorgen. Het resultaat van een ontzuringskuur is vaak verbluffend, jicht aanval weg en vaak ook nog een paar kilo’s minder lichaamsgewicht omdat de afvalstoffen makkelijker worden afgevoerd.

Ach, en dan was er het lekkerste zuurtje waar ik met weemoed aan terugdenk, een rolletje, Rang is alleen Rang als er Rang op staat!


Ik liep deze week over de Boterbrug en floot een deuntje, toen was er en jonge vrouw die sprak; “mag ik u wat vragen?” Doorgaans ben ik wat huiverig geworden om op zo’n openingszin in te gaan, maar deze keer was ik in een goede bui en ik antwoordde, “ja natuurlijk”. De vraag was of ik Delft op Zondag kende en of ik wat vragen wilde beantwoorden voor de rubriek “Delvenaar in beeld”, dat is toch de leukste vraag die je op straat gesteld kan worden. Ik was op weg naar een klant, de stoerste boekverkoper van Delft, die de dag ervoor wat had laten halen door een klant/vriend voor een opkomende griep/verkoudheid (altijd lastig om het verschil te weten). Aangezien ik die rubriek in de zondagskrant vaak lees dacht ik direct dat ik een geweldig antwoord op de eerste vraag zou hebben. Maar nee, Marit vroeg hoe ik uitkeek naar Lichtjesavond en hoe ik de decembermaand beleef. Ik kijk uit naar zondag om te lezen wat ik allemaal gezegd heb….

Licht in december is natuurlijk altijd een belangrijk thema en het licht van de wereld is tenslotte waar het Kerstfeest om begonnen is, was er niet ooit een actie ‘licht in de schoorsteen” om het feest van de Sint voor iedereen leuk te maken? Rond deze tijd is er een campagne opgestart om de Nederlander te doordringen van de noodzaak om voor vijf dagen licht in huis te halen voor wanneer de stroom uitvalt. Het kan verkeren. Vroeger, toen er nog geen elektrisch licht was en de Salamander al wel, konden wij de mensen al helpen om na zonsondergang nog wat te kunnen doen. Een kaars in de blaker (draagbare kandelaar met handvat en schotel) om naar de slaapkamer te lopen, lampenkatoen en petroleum voor de olielamp boven de tafel om nog te kunnen lezen.

In kaarsen is altijd kwaliteitsverschil geweest. Toen het Engelse hof in de negentiende eeuw eens bezuinigde, kwam men er al snel achter dat het druipen van gesmolten kaarsvet op het decolleté van dames in baljurk geen succes was (zie televisieserie Victoria). De duurste kaarsen werden toen gemaakt van walschot, een wasachtige stof afkomstig uit de schedel van de potvis, bepaald niet vegan dus en nu dan ook uitgestorven. Bijenwas is ook een grondstof voor kaarsen en nog steeds geliefd vanwege de mooie tint van de kaars en de zacht geur die het verspreidt als de kaars brandt. Het branden van kaarsen moet altijd met aandacht gebeuren, als de lont te lang is kan het gaan roeten. Dat probleem doet zich veel in kerken voor; zuilen, gewelven en muurschilderingen worden donker. In de Sixtijnse kapel zijn ze na de restauratie overgestapt op een modern verlichtingssysteem om roetschade aan de fresco’s van Michelangelo te voorkomen. Voor onze huizen zijn de Gouda kaarsen nog altijd prachtig en goed, het merk bestaat sinds 1858.

Al sinds de jaren zeventig heeft de Salamander een prachtig assortiment dompel, - of kloosterkaarsen. In mijn vaders tijd kwam meneer Metz altijd langs om de bestelling op te nemen. Pa was eigenlijk al gestopt met roken maar meneer Metz niet en dus bietste hij altijd een sjekkie van Klaas. Nu zijn we aan de zesde kaarsenvakman toe en de verwachtingen zijn hoog gespannen, hij werkt uiterst geconcentreerd en gebruikt alleen de beste ingrediënten met aandacht voor alle aspecten. Zondag gaan we ze halen.

Het warme en levende licht van kaarsen zal ook dit jaar niet ontbreken.